En uiteindelijk beslist de Minister?

DC van Commewijne, mw. Ingrid Karta-Bink, neemt een besluit inzake het verzoek van Pet’s Promotion voor het organiseren van kermisactiviteiten in het district Commewijne.

DC had reeds beleid gemaakt, dat alleen in de periode van grote vakantie kermis mag worden georganiseerd. De algemene bekendmaking hieromtrent werd door de Minister van R.O. teruggedraaid (De vraag is of deze interventie wel een grondslag heeft). De DC overweegt de verzoeker tegemoet te komen door toch maar – naar keuze – voor een wekend i.p.v. 3 weekenden (13/12/13 – 4/1/14)  een vergunning te verlenen. De organisator was niet mee eens en tekent beroep aan bij de Minister van R.O., die verzuimde hierop te reageren. De organisator eist in kort geding dat hem alsnog vergunning wordt verleend, zoals gevraagd, voor de drie weekenden. De DC blijft bij haar standpunt en zei dat het belang van de gemeenschap prevaleert, maar wilde ook tot op zekere hoogte rekening houden met het belang van de verzoeker. Dus duidelijke en zorgvuldige overwegingen.

De Rechter gelast comparitie. Daarbij wordt de verlening van de vergunning afhankelijk gesteld van een besluit van de Minister van Regionale Ontwikkeling.

Mij vallen in deze casus enkele markante zaken op.

Is de minister van R.O. in deze de beroepsinstantie inzake aangelegenheden tegen besluiten van de DC’s met betrekking tot het al dan niet verlenen van vergunningen? In deze is de Minister van Binnenlandse Zaken de beroepsinstantie. Uit de taakstelling van het Ministerie van R.O. blijkt niet dat de Minister de beroepsinstantie is. Ook wijst de Wet op Publieke Vermakelijkheden, die de DC de bevoegdheid geeft kermisvergunning te verlenen, de Minister van R.O. niet als beroepsinstantie aan. De DC heeft in deze een autonome bevoegdheid, die zij rechtstreeks ontleent aan de desbetreffende wet. De Minister had het beroepschrift kunnen doorverwijzen naar de Minister van Justitie en Politie ter fine van advies. En als er een rechtszaak tegen de Staat (en niet tegen de DC) wordt aangespannen, dan stelt het Parket bij het Hof van Justitie op kosten van de staat een Landsadvocaat ter beschikking om als verdediger voor de staat op te treden.

Zo haalt de DC heel wat bevoegdheden rechtstreeks uit de wet, die in uitvoering is bij de DC of bij een in die wet aangegeven Minister, die dan wel bevoegd is richtlijnen en instructies aan de DC te geven, zoals in de gevallen van domeinzaken, politiehandvest, decreet beroepen en bedrijven, verkiezingsreglement en vele andere administratieve wetten.

Het ziet er naar uit, dat de DC de vergunning met interventie van de Minister van Regionale Ontwikkeling wel de vergunning zal verlenen zoals door de verzoeker gevraagd en voor drie weekenden. Hopelijk zal dit niet leiden tot een regel. Mocht de DC bij haar standpunt blijven en de interventie als ‘onbevoegdelijk’ beschouwen, dan zal de rechter in deze een uitspraak doen. Dat zou de beste oplossing  zijn.

DSB blz. 20-12-2013 – 08

DC Comm kermisvergunning DB 201213 DC Comm kermisvergunning DB 2012131

Comments are closed.