REGERING: regeer bewust met beide bestuurslagen

REGERING: regeer bewust met beide bestuurslagen
Mr. Bas Ahmadali
Directeur van SURINAME Local Government Institute & Strategic Public Management.
18-08-2015

REGERING, WEES BEWUST VAN:
> DE UITKOMSTEN VAN HET DECENTRALISATIE-PROGRAMMA VAN DE REGERING 2003-2014:
http://basahmadali.nl/?p=780
> MAAK GEBRUIK VAN DE TOOLBOX DIE IN DE AUTONOMIE VAN DE DISTRICTEN ZIT EN GA 10 X SNELLER VOORUIT.
> LAAT DE ANGST LOS ALS ZOU U MACHT KWIJT RAKEN AAN DE DISTRICTEN, EN
> OMARM DE VERSTERKTE DISTRICTSOVERHEDEN OM DE JOB SAMEN TE KLAREN.

Kijk maar wat in de tweede bestuurslaag ligt geïncorporeerd: de Districtscommissarissen, de Districtsraden, de Ressortraden, de Waterschapsraden, de Dorpsbesturen,
die per district bij elkaar de gedecentraliseerde en versterkte DISTRICTSOVERHEID vormen met eigen budgettaire bevoegdheden, financiële (en binnenkort) ook fiscale bevoegdheden met eigen districtsfonds, verordenende bevoegdheden en niet te onderschatten de capaciteit om de MINISTERIES, behorende tot de eerste bestuurslaag, heel wat werken uit handen te nemen.

Lezen we de krantenkoppen v.a. de installatie van de nieuwe regering (13/8-17/8, 2015), en ook bij het kennisnemen van wat de nieuwe ministers bij de overname van de ministeries zeggen,
dan valt op dat ook de nieuwe regering centralistisch denkt en schijnt voorbij te gaan aan de kracht en de voordelen van de decentrale TWEEDE BESTUURSLAAG, die bij de grondwet is ingesteld
en door het DLGP (2003-2014) operationeel is gemaakt. Er zijn tot nu toe maar 2 ministers die het woord ‘decentralisatie’ in de mond hebben genomen en daarin oplossingen van vele vraagstukken zien.

Een greep uit de veelheid van uitspraken via de media:

Hoefdraad, Minister van Financiën: “moet land door financiële crisis loodsen” Hij “gaat voor ‘zero tolerance corruptie beleid”.. .
Comments: Gaat het kunnen zonder rekening te houden met de financiële decentralisatie die door de begroting van het Ministerie van Financiën wordt miskend? Van decentralisatie is bekend, dat het corruptie en bureaucratie tackelt.

Burleson, Minister van H.I.: “Topsectoren vaststellen en meer bedrijven opzetten”.
Comments: Je zal toch de economische decentralisatie of te wel de Local Economic Development moeten meenemen?

Dikan, RO-Minister:” Niet verspillen, met minder middelen meer doen, dingen moeten ook anders, verspilling voorkomen, creativiteit aan de dag leggen, op zoek gaan naar
alternatieve financieringsmogelijkheden”, kijken wat meer uit decentralisatie kan worden gehaald.
Comments: Dat is het. I likei t. Eindelijk zal het Ministerie dan het Transformatie Plan van 2012 moeten gaan uitvoeren om in de NIEUWE rol te komen om het samen met de districtsoverheden te kunnen doen; het ministerie moet een 180 graden slag maken om 10 districtsoverheden te kunnen managen. Het ministerie kan pas ANDERS functioneren, als uitvoering wordt gegeven aan de
20 (twintig) concreet uitgewerkte voorstellen, die vanuit het DLGP zijn ingediend. Alleen door, vooral de wetsontwerpen en de ontwerpen staatsbesluiten, goed te keuren kan je meer inkomsten voor de districtsfondsen genereren, en optimaal kunnen beschikken over 10 x meer capaciteit voor een efficiënt, doeltreffend en kostenbesparend model van bestuursvoering.

Riad Nurmohamed: Overheid moet scholen meer bevoegdheden geven .
Comments: Als je praat over ‘bevoegdheden geven’, dan zal mandateren geen zin hebben. Decentraliseren wel, want dan leg je bevoegdheden en verantwoordelijkheden m.b.t. scholen bij de locale overheid en je benut alles wat zit in de toolbox van het Districtsbestuur, waarin het Ministerie van Onderwijs reeds is vertegenwoordigd. Overdracht van bevoegdheid zonder middelen beschikbaar te stellen, is doe-no-doe. Het Ministerie kan middelen afzonderen naar de districtsfondsen voor bestemming aan de scholen met goedkeuring door de DC, het Lid van Onderwijs in het Districtsbestuur en de Districts-Administrateur.
Dus vooruitlopen op decentralisatie van de overige ministeries (R.O. is al gedecentraliseerd).

Jennifer van Dijk-Silos van Justitie en Politie: Het land zal justitie geld moeten geven zodat we de rechtsstaat goed kunnen beschermen.
Arme regering moet geld weten te vinden voor verkeersveiligheid.
Ook de districtscommissariaten hebben een belangrijke rol te vervullen. Silos merkte op dat Paramaribo niet alles beslist. Er is juist gekozen voor decentralisatie.
Comments: Tweede minister, sinds het aantreden van de nieuwe regering, die voor oplossingen de richting opkijkt van de tweede bestuurslaag, en het woord DECENTRALISATIE in de mond neemt.
Daarvoor de complimenten en alle ondersteuning van de zijde van de vrienden van decentralisatie, met name vertegenwoordigd in het regionaal bestuur en de regionale organen.

De twee bestuurslagen:

> Suriname is volgens de grondwet een ‘gedecentraliseerde’ eenheidstaat.
> De Overheid is wettelijk verplicht te functioneren volgens het systeem van twee bestuurslagen:
(i) Eerste bestuurslag: ministeries behorende tot de centrale overheid, en
(ii) Tweede bestuurslag: Districtsbesturen behorende tot Districtsoverheden.
> DE OVERHEID vormt op centraal en decentraal niveau een krachtig en behoorlijk bestuur volgens de principes van complementair bestuur, ALLEEN als er sprake is van samenwerking tussen de ministeries onderling (horizontaal) en met de districtsoverheden (verticaal). Dit moet de boventoon gaan voeren in het streven naar een versnelde ontwikkeling.
> Elke bestuurslaag heeft zijn eigen wettelijk kader m.b.t. onder andere budgettaire, financiële/fiscale en verordenende bevoegdheden en de daarbij behorende uitvoerende taken;

Wat zit in die “toolbox” van de tweede bestuurslag.

Laten we die openmaken en kijken:
(i) De wettelijke instrumenten als de budgettaire -, fiscale en verordenende bevoegdheden van de Districtsraden (die een ministerie niet heeft, maar wel gebruik van kan maken);
(ii) Het wettelijk instrument als Districtsfonds onder beheer van het Districtsbestuur. Elk Ministerie is / kan hierin vertegenwoordigd zijn. Een Fonds met contante (geld) middelen, verkregen uit eigen belasting en niet-belasting middelen, overheidsbijdrage, particuliere en internationale financiële bijdragen/donaties (dat een ministerie niet heeft, maar wel gebruik van kan maken);
(iii) Het wettelijk instrument als eigen moderne comptabele voorschriften in handen van het District Management Team (DMT), dat onder controle en toezicht staat van (a) het Districtsbestuur, (b) het Ministerie van Regionale Ontwikkeling en(c) de Districtsraad.
De Districtscomptabiliteit is zeer transparant, kent geen bureaucratie en obstakels in tegenstelling tot de comptabiliteitsregeling van de centrale overheid; de ministeries kunnen daarvan ook profiteren;
(iv) het wettelijk instituut van “hoorzittingen” in handen van de Ressortraden om de burgers ‘gereglementeerd’ bijeen te roepen voor ‘draagvlak’ middels participatie in de besluitvorming m.b.t. de opstelling van ressort en districtsplannen, ressort en districtsbegrotingen en meerjaren districtsontwikkelingsplannen (dat een ministerie niet heeft, maar wel ter beschikking heeft);
(v) Het bestuurlijk instrument als het Wide Area Net Work (WAN) met een eigen centrale server, waarop de Local Area Netwerken via hun eigen servers op de Districtscommissariaten met elkaar zijn verbonden. D.i. de beginfase van uniforme e-government toepassingen, die nu reeds het volgende mogelijk maken: het Districts Financieel Systeem (DFS)(OpenErp), het Districts Belasting Systeem, (DBS), het Districts Data Management Systeem (DMS), de Open Communicatie, en de One Stop Service Balie op elk Commissariaat. Op termijn zijn er op alle BO kantoren in de 62 ressorten info en intake service balies, gelinkd met de Burger Informatie Centers op de commissariaten. Intussen zijn ook al operationeel “Districten Info & Nieuws” op Internet (betreft e-government voorzieningen, die de ministeries ontberen, maar toegang kunnen krijgen);
(vi) Het District Management Team (DMT), bestaande uit de Districts- Administrateur (DA), een bedrijfseconoom, die Hoofd is van de Afdeling Districts Financiën en Planning (DFP), die ten volle is gemoderniseerd en geautomatiseerd. Voorts zitten in het DMT: Districtssecretaris Beheer Ressorten (BR), die het veld beheerst, Districtssecretaris Administratieve Diensten (AD), Hoofd Civiel Technische Dienst (CTD), Hoofd van de afdeling Milieu en Gezondheid (MGD) en de Coördinator van Burger Informatie Center (BIC). D.i. een sterk team, goed getraind in behoorlijk en transparant bestuur, project management, financieel management, procurement zaken volgens IDB- regels, AWS en ABS, voorbereiding en uitvoering van gemeenschapsontwikkelingswerken, werken op het gebied van wegenbestrating, gebiedsontwatering, vuilophaal en verwerking, verbetering van het marktwezen, milieuzaken, bevolkingsparticipatie en communicatie. Voorheen stond de DC er alleen voor. Ministeries kunnen hun openbare aanbestedingen op de commissariaten houden.

Ministeries, laat u zich goed informeren over het medegebruik van de toolbox der districten om uw begroting in de districten optimaal, versneld en voordelig te kunnen realiseren. Vraag om een presentatie in de R.v.M. en op elk Ministerie. Mr. Bas Ahmadali Instituut voor Local Government & Strategisch Public Management kan helpen hieraan invulling te geven.

De krachtige toolbox van decentralisatie is zowel voor de districtsoverheden als de centrale overheid

Wettelijk en technisch is alles in place. Ministers kunnen bij “beschikking” in het kader van medebewind uitvoering van taken, projecten, beleidsprogramma’s van hun ministerie toevertrouwen aan de versterkte Districtsoverheden of te wel Districtsbesturen, in alle gevallen waarin blijkt dat het beter en effectiever is de uitvoering over te laten aan het district.
In dat geval rapporteren en verantwoorden zij rechtstreeks aan het desbetreffende ministerie. Hierdoor verschaft het ministerie zich toegang tot, wat ik noem “ de krachtige toolbox” van de autonomie binnen de decentralisatie. Gereedschappen, dus, waarover de ministeries zelf niet beschikken, doch simpelweg daar ook gebruik van kunnen maken. Door dat te doen, kom je terecht in de sfeer van een versnelde, efficiëntere, effectievere en transparantere aanpak. De ministeries profiteren dan optimaal van de ten onrechte “gevreesde autonomie/zelfstandigheid van de districten”. Die is er juist om de ministeries te ondersteunen. Immers, de districten hebben belang bij dat de ministeries zoveel mogelijk in hun district realiseren.
Advies: Ministeries voordat je iets in het district wil gaan uitvoeren, vraag ook offerte aan het Districtsbestuur. U zult merken, dat u 30-50% van uw begrotingsmiddelen gaat besparen.

Aandachtspunten

Z.E. Desiré Delano Bouterse, President van de Republiek Suriname.

U bent een grote vriend van decentralisatie en trekker nummer 1 vanaf de jaren ‘80. Een van uw meest gehoorde uitspraken: “de plaatselijke bevolking krijgt belangrijke bestuursbevoegdheden om deze dichter bij het bestuursgebeuren van het land te betrekken, meer nog, om deze bevolking zelfstandig te doen beslissen over vele zaken hun eigen levensomstandigheden in hun eigen district betreffende”.
Met DLGP-I 1998-2003 zijn de eerste groep van 5 districten gedecentraliseerd, en met DLGP-II (jan. 2003-dec. 2014) zijn de overige 5 districten gedecentraliseerd. Alle 10 districten hebben eigen districtsfonds, eigen stelsel van inkomsten, uitgaven, voeren zelfstandig financieel beheer, en beschikken over eigen meerjaren sociaal -economische programma’s, die op financiering wachten. Allemaal voorbereid met participatie van regionale structuren en de burgers. De RR’s, de DR’s, de Districtsbesturen, de DC’s, zeg maar het hele volk vanuit de roots kijken uit naar uw besluit over het vervolg decentralisatie -programma om met een DLGP-III programma (i) de 10 districten verder te versterken, (ii) de overige ministeries te decentraliseren, (iii) de meerjaren districtsontwikkelingsprogramma’s van de districten te financieren, en (iv) de duurzame ontwikkeling in diverse sectoren van de ministeries mee te nemen. SURINAME voldoet aan alle voorwaarden om voor dit alles financiering en technisch bijstand te ontvangen van de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank, de IDB.

Vice -President, Ashwin Adhin
Het ziet er naar uit dat deze nieuwe VP de eerste zal zijn, die intensief zal gaan werken met de beide bestuurslagen. Ministeries zijn evenwel onbekend met het twee bestuurslagen systeem. Daarvoor zal begeleiding nodig zijn voor de juiste toepassing van de bestuurlijke en wettelijke instrumenten als staatsbesluit, resolutie, beschikking, medebewindbeschikking, districtsverordening en districtsbesluiten in het streven om in het verlengde van de ministeries het regionaal bestuur en de regionale organen optimaal te betrekken.
Er liggen wat concrete zaken op de tafel van de R.v.M.. Deze zijn de wetsontwerpen m.b.t. de bestuurlijke hervormingen (nieuw bestuursmodel voor de districten) en m.b.t. de financiële hervormingen (het nieuwe financieel stelsel voor de districten), zoals vervat in de ontwerpwet regelende de financiële verhoudingen tussen de staat en de districten, en in de ontwerpwet districtsbelastingen. Om onbegrijpelijke redenen is door de vorige VP hier niet naar gekeken. Goedkeuring leidt tot enorme voordelen voor het Land: (i) Suriname zal daardoor voldoen aan de voorwaarden van de IDB voor de financiering van DLGP-III, (ii) De Regering kan door een bepaald percentage van de begrotingsmiddelen in het Districts Egalisatie Fonds (DEF) storten voor de ontwikkeling van bepaalde sectoren via de districtsoverheden stimuleren, en (iii) de districten zullen voldoende eigen middelen genereren om hun eigen huishouding te financieren.

De Centrale taken, bevoegdheden en ministeriele begrotingen

(i)voor de taken van de ministeries:
Zie het “Besluit Taakomschrijving Departementen 1991” (S.B. 1991 no. 58), gelijk het luidt na de daarin aangebrachte wijzigingen bij S.B. 2010).
(ii) Voor de bevoegdheden en verantwoordelijkheden:
Zie de WET van 5 januari 1952, tot regeling van de verantwoordelijkheid van de ministers
(G.B. 1952 no. 3).
Artikel 1
1. De ministers zorgen voor de uitvoering van de Grondwet, de verdragen en andere
overeenkomsten met vreemde mogendheden en internationale organisaties, voor zover deze in Suriname van toepassing zij, de wetten en de staatsbesluiten.
2. Zij zijn wegens het niet naleven van de in het eerste lid van dit artikel bedoelde
verplichting verantwoordelijk en in rechten vervolgbaar overeenkomstig de volgende bepalingen.
Artikel 2
De mede -ondertekening van een wet, van een staatsbesluit, van een resolutie, van een
besluit of van een beschikking wijst de minister of ministers aan, die voor die wet,
staatsbesluit, resolutie, besluit of beschikking aansprakelijk is of zijn.
Enz.
(iii) voor de uitvoering van de taken:
Zie de begrotingen van de ministeries, waarvan de inrichting blijkt niet in overeenstemming te zijn met art 165 van de GW, toebedelen van middelen aan de districten en de ressorten.
En ze voldoen ook niet aan art. 1 en 54 van de wet Regionale Organen m.b.t. medebewind en regionalisatie.

De Decentrale taken, bevoegdheden districtsbegrotingen

(i) Voor decentrale taken (autonomie) van de Districtsbesturen,
Zie in de artikelen 47, e.v. van de Wet Regionale Organen de taken van het Districtsbestuur, zie voor de taken van de DC’s het “Besluit Taakomschrijving van de districtscommissarissen”

Taken van het Districtsbestuur bestuur volgens art 47 lid 1:
Uitvoering van en het toezicht op de naleving van e wetten, staatsbesluiten, resoluties en ministeriële beschikkingen, districtsverordeningen voor zover niet uitdrukkelijk aan een ander orgaan opgedragen; voorbereiding tot de opstelling van districts- en ressortplannen, alsmede de
uitvoering van de goedgekeurde plannen; beheer van het Districtsfonds, instandhouding en het onderhoud van secundaire en tertiaire wegen en bijbehorende bruggen, loosleidingen, vaar wateren, sluizen en andere voor de openbare dienst bestemde werken; zorg voor bruikbaarheid en veiligheid van plantsoenen, pleinen en andere voor openbaar gebruik bestemde plaatsen; toezicht op de openbare gezondheidszorg; zorg voor de preventie en de bestrijding van brand en wat daarmee samenhangt; bestrijding van andere rampen of onheilen binnen het district, voor zover niet bij of krachtens wet aan een ander orgaan opgedragen; houden van voortdurend toezicht op al wat het district aangaat.
Taken volgens artikel 50
Het Districtsbestuur heeft mede tot taak:
a. ervoor te zorgen, dat de bevolking van het district zoveel mogelijk bij de
opstelling van ressort- en districtsplannen wordt betrokken;
b. een communicatieproces naar het volk toe op te bouwen, in het belang van het
publiekgericht maken van het bestuur en het leveren van een bijdrage tot de
opstelling van ressort- en districtsplannen.
De regering kan deze lijst bij staatsbesluit aanvullen.

(ii) Voor de bevoegdheden van de Districtsraden, Ressortraden en de Districtsbesturen,
Zie de Wet Regionale Organen. En voor bevoegdheden van de DC’s, zie de diverse administratieve wetten.
Bevoegdheden volgens art. 48:
Bij de uitvoering van en het toezicht op de naleving van wettelijke regelingen en
andere voorschriften en besluiten, als in artikel 47 lid 1 onder a bedoeld, is het Districtsbestuur bevoegd om op kosten van de overtreder te doen wegnemen, beletten,
verrichten of in de vorige toestand herstellen van hetgeen in strijd met de bedoelde
wettelijke regelingen en andere voorschriften en besluiten is of wordt gehouden,
gemaakt of gesteld, ondernomen, nagelaten, beschadigd of weggenomen.
Bevoegdheden volgens art. 49
In geval van benodigde bijstand ter bestrijding van brand, watersnood en andere
rampen of onheilen, als in artikel 47 lid 1 onder i bedoeld, kan de Districts- Commissaris:
a. het gebruik van gebouwen ter inkwartiering vorderen, alsmede houders van
vervoermiddelen verplichten bepaalde personen of goederen te vervoeren,
eventueel naar plaatsen buiten het district gelegen;
b. van iedere daartoe lichamelijk geschikt te achten ingezetene van het district
vorderen zijn diensten in het algemeen belang te verlenen.

(iii) Voor de uitvoering van de decentrale taken, zie de Districtsbegrotingen.
De middelenstaat bestaat uit eigen middelen. De tekorten op de Districtsbegroting (begrootte uitgaven minus eigen inkomsten) worden gedekt via de begroting van het ministerie van R.O.
Voorts uit de middelen, die door de ministeries worden gestort in het districtsfonds bij het in medebewind opdragen van uitvoering van werken.

Aandachtspunten/gebieden, gezien vanuit de bril van decentralisatie

Ministerie van Buitenlandse Zaken
De nieuwe Minister kan bevorderen dat Suriname alsnog het Geassocieerd Lidmaatschap verkrijgt van het Common Wealth Local Government Forum (CLGF), dat in Engeland is geregistreerd. Daartoe zijn alle voorbereidingen al gedaan. Het compleet pakket aan formele documenten, tot en met het Raadsvoorstel, ligt v.a. 2012 ergens in de lade.
1. Toetreding tot een zeer ruime en professioneel netwerk van experts op het gebied van Local Government; hierdoor krijgt Suriname de mogelijkheid issues die bij ons nog zwak ontwikkeld zijn, versneld te kunnen aanpakken. Te denken valt aan financiering van lokale diensten, planning en sociale cohesie oftewel burgerparticipatie.
2. Het geassocieerd lidmaatschap stimuleert volgens CLGF ook internationale samenwerking op het gebied van praktische projecten voor de sociaal -economische ontwikkeling. Jamaica, bijvoorbeeld, heeft van de aangeboden expertise gebruik gemaakt om financiële systemen van de districtsraden te verbeteren. Het biedt de mogelijkheden voor landen om met elkaar op verschillende fronten samen te werken.

Ook heeft de vorige regering de concreet geboden kansen laten voorbij gaan om in te spelen op de financiering en verkrijging van technisch bijstand op het gebied van “Local Economic Development (LED).
“LED is a mean to enable economies to respond to the effects of globalization, the demands for economic restructuring, and financial crises. LED is essentially a process in which local authorities, local governments, or local development agencies and other stakeholders mobilize and use primarily local resources, assets, institutions and human capital to create new jobs and stimulate economic growth and development in the local area, parish or region. The development of community-based, micro, small and medium-sized enterprises (MSMEs) is an integral part of any local economic development approach. MSMEs are known in virtually all regions of the world as an important engine of local economic growth and development. Local government authorities are key actors in ensuring that the local environment for LED is supportive. They are essential to encouraging and supporting existing businesses, attracting new businesses, and putting in place comprehensive plans and strategies. Local authorities around the world implement LED initiatives in various ways depending on needs and socio-economic conditions”
Suriname heeft steeds geparticipeerd in de conferenties en workshops zowel van CLGF als CARILED.

Ministerie van Justitie en Politie
Het zou goed zijn als de Minister aandacht besteedt aan het vanaf 2011 voorbereid concept –staatsbesluit, dat de storting van de verkeers -en andere boetes ingevolge art. 40 van de Wet Regionale Organen, geheel of een bepaald percentage ervan, in het districtsfonds van de respectieve districten mogelijk maakt. In de Nota van Toelichting is uitdrukkelijke bepaald, dat de middelen door de DC’s worden aangewend voor bestuurshandhaving (waarvoor nergens in de begroting middelen zijn opgebracht), en dat de middelen mede door de Gewestelijke Politiecommandanten worden aangewend voor de bestrijding van de operationele kosten. Dit staatsbesluit is voorbereid op initiatief van de Korpsleiding en het DLGP-projectbureau met instemming van het Ministerie van R.O. Het ligt ergens in de lade. Het Ministerie heeft belang bij te beschikken over een apparaat, dat de taak tot wets -en bestuurshandhaving landelijk correct uitvoert.

Ministerie van Financiën:
De Minister zal goed moeten overwegen om de staatsbegroting in overeenstemming te brengen met de wettelijke regelingen. Dit zal zeker leiden tot de regionalisering c.q. transparant maken van de begrotingen.
De belangen van de staat zijn te groot om geen rekening te houden met artikel 1 van de Wet Regionale Organen, betreffende medebewind en het inbedden van middelen daarvoor in de begrotingen van de ministeries, waartoe de onderstaande sectoren behoren. Het gaat om het geheel van beleidsopties ten behoeve van de sociaal economische ontwikkeling van een district. De voorzieningen hebben betrekking op:
– natuurlijk milieu en woon- en leefklimaat (opnemen in begroting van alle Ministeries)
– civieltechnische infrastructuur; (opnemen in de begrotingen van Ministeries van R.O., OW, LVV)
– agrarische en industriële ontwikkeling; (opnemen in de begroting van LVV, H.I.)
– nutsbedrijven; (opnemen in de begroting van N.H.)
– onderwijs, cultuur en sport; (opnemen in de begroting van Onderwijs, Cultuur en Sport)
– medische en sociale zorg; (opnemen in de begroting van VG en S.Z.)
– andere, bij resolutie aan te geven onderwerpen; (bij staatsbesluit meer sectoren toevoegen
aan dit artikel van medebewind en vervolgens opnemen in de respectievelijke
ministeriele begrotingen)
De Minister van Financiën moet erop toezien, dat de Ministeries in nauwe samenwerking met de Districtsbesturen de hiervoor bestemde middelen besteden. De Minister bereikt hiermee in deze sectoren zeker een besparing van 20-30%.
Het Ministerie van Financiën heeft zeker belang bij om serieus te kijken naar de passages in de begroting van Financiën voor 2016, dat in de beleidsmaatregelen, gericht op besparingen en het genereren van extra inkomen degelijk de reeds doorgevoerde financiële decentralisatie meegenomen wordt. Dit is niet gebeurd in de begroting van 2015 en in die van de voorgaande jaren. De minister heeft baat bij de reeds getroffen voorzieningen op de commissariaten te benutten bij de inning van belasting en niet-belastingmiddelen.
Vanaf 2013 ligt er een conceptbeschikking op het Ministerie van Financiën ter ondertekening. Deze beschikking is vereist bij Staatsbesluit van 2012, bekend als Donatiebesluit, dat toestaat dat districten donaties en geschenken als bijdrage mogen ontvangen en storten in het districtsfonds in het kader van bevolkingsparticipatie. De DC’s kunnen het nog steeds niet toepassen, omdat het Ministerie van R.O. en MinFin hiermee geen haast maken, ondanks de financiele financiele nood die zo hoog is.

Ministerie van H.I. / Economische Zaken
http://basahmadali.nl/wp-content/uploads/2015/01/Expertview-mr.-Basharat-Ahmadali-inz-Decentralisatie-en-duurzame-economische-ontwikkeling.pdf
De Minister bevindt zich in een lucratieve positie om uitvoering te geven aan de conclusies van de conferentie van het Competitiveness m.b.t. decentralisatie van economische activiteiten. Er zijn concrete stappen aangegeven voor duurzame vergroting van de economische groei middels verhoogde ‘gepaste en aangepaste’ productiviteit, zodanig dat we als uitkomst krijgen: (i) vergroting van de verdiencapaciteit, uit economische activiteiten, verspreid over het hele• land, uit micro, middelgrote en grote ondernemingen, door op grote schaal gebruik te maken van de lokaal aanwezige potentiële arbeidskracht, plaatselijke grondstoffen met inzet van versterkte instituten en ‘economische’ Authorities; (ii) verbetering van het concurrentievermogen van Suriname zal een logisch gevolg• daarvan zijn, en (iii) verbetering van het welzijn en menselijk geluk door bewust te kiezen voor• gebieden, die gaan voor achtergesteld en verloederd, terwijl die zich even goed lenen voor economische activiteiten volgens de benadering van het LED -principe: Local Economic Development. Deze ‘ontwikkelingsstrategie’ wordt door tussenkomst van internationale en regionale organisaties met succes toegepast in ontwikkelingslanden. (Zie ook de aantekeningen bij het ministerie van Buitenlandse Zaken, die hierop aansluiten).

Ministerie van Regionale Ontwikkeling
RO-Minister:” Niet verspillen, met minder middelen meer doen, dingen moeten ook anders, verspilling voorkomen, creativiteit aan de dag leggen, op zoek gaan naar financiering mogelijkheden”. En in DBS 150815 lezen we: “RO gaat op zoek naar alternatieve geldmiddelen. Dat is het. I likei t. Trouwens de Minister heeft geen keus, ondanks het feit dat hij een begroting van SRD 200.000.000 overneemt om de “Regio’s te ontwikkelen. Om dit te bereiken moet hij aan personele lasten (+/- 3000 personen) en apparaatskosten SRD 120 miljoen uitgeven. Dit zou andersom moeten zijn: Overheadkosten 20 milj en ontwikkelen van de regio’s 180 milj. Van de resterende 80 miljoen gaat 23 miljoen naar de Districtsfondsen. Met het beschikbaar saldo ad 57 miljoen moet de minister gaan herschikken naar de taakomschrijving van het ministerie in de sfeer van buitengewone werken, en deze door de discctsoverheden in medebewind uitvoeren: verbeteren van woon en leefklimaat districten/binnenland, verbeteren / in standhouden van het districtsapparaat, vuilophaal en vuilverwerking, opzetten van vuilstortplaatsen, groot onderhoud van tertiaire en secundaire wegen, logeergebouw en openbare markten. Voor deze verplichte taken zijn er geen specifieke begrotingsposten. Jaar op jaar blijkt dat er ook geen middelen zijn opgebracht voor de financiering van de ressort en districtsplannen. Mooie kans om de SRD 57 miljoen daarvoor te gaan bestemmen. Tegelijk moet wat behoorlijk werk verzet worden om de overheadkosten van 120 miljoen terug te dringen.Daardoor ontstaat er ruimte om meer voor het volk te kunnen realiseren.

Er liggen heel wat pakketten aan uitgewerkte voorstellen op tafel van de Minister van RO, gedaan vanuit het DLGP (2003-2014).
De roep naar: “districtsmiddelen moet in het districtsfonds blijven” vooral anno 2015, wordt steeds groter door de financiële crisis (van de centrale overheid).
Deze voorstellen, vooral inkomsten verhogende maatregelen, wachten al vanaf, deels 2008 en deels 2012, op besluiten van de minister. Die moesten allemaal reeds goedgekeurd en geïmplementeerd moeten zijn.
Als dat gebeurd was, dan zouden de districten nu niet meegesleept zijn in de huidige financiële crisis.
1. het concept wetsvoorstel herziening grondwet (nieuw bestuurmodel voor de districten)
2. het conceptwetsvoorstel herziening wet regionale organen (modern bestuursmodel),
3. de conceptwet financiële verhoudingen staat en districten (nieuw financieel stelsel)
4. de concept-districtsbelasting wet om bij districtsverordening belating
en niet-belastingmiddelen in te voeren, te innen en te behouden voor de financiering
van eigen huishouding;
5. de concept -districtsverordening waardevermeerdering, die mogelijk maakt dat de grond
eigenaren financieel en materieel bijdragen in al de gavallen van de waardestijging
van hun eigendommen door overheidsinvestering in nutsvoorzieningen en verbetering
de wegen en ontwatering van hun gebieden;
6. de concept districtsverordening woongenot ter vereenvouding van de toepassing van de
de huurwaardebelasting om meer inkomsten uit deze belasting soort op te halen;
6. het conceptwetsvoorstel herziening van de oude tarieven in de wetten van
rt 4 Interimregeling ter versterking van het districtsfonds;
7. het concept voorstel ondertekening van de overeenkomst tussen de Directeur van Glis en
de DC van elk district voor de toegang tot kadaster, nodig voor het identificeren van
percelen en perceeleigenaren om de aanslagen te kunnen aanbieden;
8. het concept voorstel staatsbesluit voor bestemmingsheffing t.a.v.
a) het ophalen en verwerken van huisvuil, inclusief zwerfvuil;
b) het ophalen en verwerken van vuil of afval van bedrijven en industrieën;
c) het beschermen van het milieu en de biodiversiteit in recreatie- en natuur-
en woongebieden;
d) het bevorderen van het toerisme.
9. het concept staatsbesluit voor de storting van de verkeersboetes in de districtsfondsen,
om middelen te genereren voor de DC’s en de lokale politie voor bestuurs en rechtshand-
having;
10. het concept voorstel voor een modern beleid voor districtspersoneel terwille van de
efficientie voor het lokaal bestuursapparaat;
11. het concept voorstel voor een modern bestuursmodel voor de districten
12. het concept voorstel voor de functionaliteit van de districtsbesturen van Sipaliwini
en Paramaribo om deze 2 districten bestuurbaarder te maken, vooral Sipaliwini waar
de DC, de DR, de RR en hetDistrictsbestuur nauwelijks functioneren;
13. het concept voorstel voor het incorporeren van de rol van het traditioneel gezag
in de wet regionale organen, om de verhoudingen onderling wettelijk te regelen;
14. het concept voorstel herziening van de taken van het ministerie.
Door decentralisatie zijn de taken van het ministerie achterhaald.
Het ministerie moet in de nieuwe rol komen van het managen van 10 districts-
overheden;
15. het concept voorstel van een Transformatie Plan om het ministerie in de nieuwe rol
te krijgen van het managen van 10 districtsoverheden met eigen budgettaire, financiële
en verordenende bevoegdheden, beschikkend over eigen capaciteit op het gebied
van civieltechnische, bouwkundige, ontwatering- en gemeenschapsontwikkelingswerken
16. het concept meerjaren districtsontwikkelingsplan van 10 districten,
die op een besluit wachten met de bedoeling ze te financieren via een DLGP-III
17. het concept voorstel van het Handboek Begroting en Financieel Beheer 2015 ter
vervanging van het BFB Handboek van 2008, dat al vanaf november 2014 goedgekeurd met
ondersteuning van alle doelgroepen is herzien, goed te keuren en voor alle financiele
financiële autoriteiten in het land te sturen;
18. het concept voorstel om de positie te regelen van het districtspersoneel, verbonden aan
de nieuwe afdelingen en units op de commissariaten, zoals, de afdeling Districts
Financiën en Planning, de ICT Unit, de BIC Unit, de afdeling civieltechnische Dienst,
de afdeling Milieu en Gezondheid; dit personeel is door training geschikt gemaakt voor
de nieuwe en verzwarende taken in het kader van decentralisatie. V.a. 2006 wachten ze
op positieverbetering;
19. het concept voorstel om de begroting van het ministerie te herzien en ook
te regionaliseren. Het ministerie heet regionale ontwikkeling, doch er is
geen begrotingspost ervoor, hetzelfde geldt voor Logeergebouwen, markten, onderhoud
van secundaire en tertiaire wegen, vuilophaal en reinigingsdienst, waarvoor er
geen begrotingsposten zijn. De begrotingsuitgaven gaan naar personele lasten
en apparaatskosten, districtsfondsen en wat ad hok civieltechnische werken;
20. het concept voorstel om bij de Inter-Amerikaanse Bank (IDB) een aanvraag in te dienen
voor de financiering van het vervolg decentralisatieprogramma, DLGP, zoals
voorgeschreven door het OP 2012-2016, is niet overweging genomen door het ministerie.

Ministerie van Binnenlandse Zaken

Op het ministerie van Biza ligt er een HRM pakket voor de oplossing van het personeelsvraagstuk op districtsniveau.
Het bestaat uit “DLGP HRM en Organisatieontwikkeling Plan van aanpak”.
Het DLGP project heeft een lange weg van voorbereidingen achter de rug. Er is en pakket aan
maatregelen getroffen, waaronder diverse juridische en technische zaken. Er is tevens een
bestuursmodel ontwikkeld dat uitgaat van een aantal moderne bestuurlijke beleidsprincipes. In het
‘Handvat Regionale Bestuursvoering ingevolge Interimregeling Financiële Decentralisatie’(15
januari 2006) worden bestuurlijke principes genoemd zoals competentie ontwikkeling, continue
verbetering van processen, open communicatie en coachend leiderschap. Het bestuursmodel schetst
een (HRM) mensbeeld waarin de werkende mens als human capital wordt gezien.
http://decentralisatie.org/?page_id=16 2-Ontwerpwet Rechtspositie Districtspersoneel
In ieder geval, gezien vanuit de “objectives” van het DLGP is het volgende van belang.
T.a.v. de pilot districten:
(i) dat de districten op basis van hun eigen wettelijk kader de bevoegdheid krijgen voor de werving, selectie en aanstelling van een kern van het districtspersoneel volgens een vooraf vastgestelde formatie en op basis van de HRM strategieën; gedacht wordt dit voor een van de pilot districten, t.w. Wanica, als model uit te werken;
T.a.v. het Ministerie van R.O.:
(ii) dat voor het ministerie de structuur wordt uitgewerkt, waarin de nieuwe rol volgens het nieuwe / definitief wettelijk kader van de districten tot uitdrukking wordt gebracht, als het ministerie dat verantwoordelijk is om te zorgen voor de eenheid en uniformiteit van bestuur (GW), de bewaking van de gedecentraliseerde eenheidsstaat (GW) en controle en toezicht op, technisch en financieel bijstand (WRO, Wettelijk Kader Bestuurlijke en Financiële Decentralisatie) aan de 10 lokale districtsoverheden met vergaande bevoegdheden als de budgettaire bevoegdheid, de fiscale bevoegdheid, de verordenende bevoegdheid, de personele bevoegdheid met de capaciteit voor zelfbestuur en ontwikkeling van eigen district.

Minister van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur
Het ministerie kan de uitkomsten van de financiële decentralisatie benutten door alle tertiaire en secundaire taken, o.a. met betrekking tot onderhoud van gebouwen en schoolterreinen het zij door deconcentratie als Decentralisatie afstoten naar de Districtsbesturen. Het daarbij behorende apparaat, personeel en middelen worden ter beschikking gesteld van de districtsoverheid. Dit zou niet nieuw zijn, Voor 1975 was het al in de begroting van de districten. De middelen horen thuis waar de problemen zijn. Herstel van sanitair op scholen, reparatie van lekkende daken en dakgoten, onderhoud van schoolterreinen. Dit kan gebeuren bij medebewindbeschikking of bij staatsbesluit. Middelen worden uit de begroting van het Ministerie overgemaakt naar het Districtsfonds van de districten. De verantwoording kan rechtsreeks plaatsvinden aan het ministerie (medebewind), of kan volledig onder het comptabiliteitsregiem van het district gebracht worden (autonomie).
Bij bouw van schoollokalen moet het ministerie ook offerte vragen aan het Districtsbestuur. Districten hanteren het kostenbesparend model door burgerparticipatie, donatie, en uitvoeren in eigen beheer. Als het district in aanmerking komt, dan kan de bouw van de lokale bij medebewindbeschikking aan het Districtsbestuur worden opgedragen.

Minister van Openbare Werken
De taken waarmee Openbare Werken is belast, hebben ook te maken met het woon en leefklimaat van de burgers. Betreft dus een beleidsoptie die in art. 1 van de Wet Regionale Organen is genoemd en valt dus onder het regiem van medebewind. Het ministerie is dan ook wettelijk verplicht om per district in de begroting de middelen zichtbaar te maken en deze in samenwerking / medebewind met de Districtsoverheden uitvoeren. In feite moet het ministerie bij uitvoering van bouwkundige, civieltechnische en ontwateringswerken altijd eerst offerte vragen aan de Districtsbesturen. Voldoen ze aan de bestekvoorwaarden en liggen ze gunstig met hun prijzen, dan wordt het werk aan het Districtsbestuur gegund. Het Districtsbestuur is berekend voor hun taken tot op het niveau van secundaire en tertiaire voorzieningen. Uitvoeren van dit soort projecten centraal vanuit Paramaribo is altijd duurder door dure transporten, aanschaf van materiaal, dure aannemers, en is minder transparant. Districten zijn – zonder te tornen aan de kwaliteit – vele malen voordeliger. Districten zetten eigen technisch kader en zwaar materieel in, kopen zoveel mogelijk, materiaal in hun eigen district, spreken voor de kleine uitgaven hun eigen districtsfonds, accepteren donaties van het bedrijfsleven. Het ministerie heeft reeds als beleid een hechte samenwerking opgebouwd met bepaalde districten als Nickerie, Coronie, Saramacca en Paramaribo door graafmachines ter beschikking van de Districtsbesturen te stellen. Het voordeel zit in de win-win-win situatie. Het Districtsbestuur wint door in eigen beheer de lozingen van de wegen en lozingen in de verzorgingsgebieden van zowel O.W. als van de bestuursdienst, zelfs van L.V.V. te onderhouden. De Districtscommissaris is in de positie om de burgers met brandstof te laten participeren. De ministeries en de commissariaten winnen door besparingen op hun begroting, maar de grootste winnende doelgroep zijn de burgers, en daar gaat het om.
Het Ministerie is ook belast met vuilophaal en vuilverwerking in geheel Paramaribo. Het ministerie heeft eveneens de zorg over de vuilstortplaats Ornamibo, waar de districten Paramaribo, Commewijne, Wanica en Para vuil storten. In de praktijk blijkt, dat het ministerie buiten zijn boekje gaat door tevens in Wanica en Commewijne vuil op te halen, en ondersteuning geeft aan de districten Saramacca en Nickerie. OW opereert dus binnen het verzorgingsgebied van het ministerie van R.O., dat verantwoordelijk is voor alle districten, m.u.v. Paramaribo. Het komt doordat het ministerie van RO verzuimt in haar begroting middelen op te brengen voor vuilophaal in de districten en op het ministerie geen adequate voorzieningen heeft. De districtsbesturen bekostigen vuilophaal in hun district uit apparaatkosten, wat niet mag. De districten accepteren elke vorm van hulp vanuit het ministerie van OW. Noch de voormelde ministeries noch de Districtsbesturen houden zich bezig met rehabilitatie van bestaande en opzetten van nieuwe verantwoorde vuilstortplaatsen. Het DLGP heeft in 6 districten verbeteringen doorgevoerd: Marowijne, Commewijne, Wanica, Para, Coronie en Nickerie. Coronie heeft zelfs klaargespeeld uit eigen districtsfonds een modern vuilstortplaats op te zetten, die een eind gemaakt heeft aan de klachten die overal heerst: rondvliegende stinkvogels, stank, rook, vliegenplaag, en de besmetting van het grondwater. Het zou goed zijn dat beide ministeries ernaar kijken, en ook de overige districtsbesturen om lering uit te trekken soortgelijke model vuilstortplaatsen op grote schaal op te zetten. Met name moet OW zich verplicht voelen om het vraagstuk van de vuilstortplaats te Ornamibo op te lossen, een troep die zeer vernietigend is voor milieu en gezondheid. OW moet zich daarop gaan concentreren en niet op vuilophaal, want dat is puur een zaak van de Local Government.
Vanuit het DLGP is het voorstel gedaan om bij staatsbesluit bestemmingsheffing t.b.v. het districtsfonds bij districtsverordening mogelijk te maken. Gaat om vaststellen van tarieven voor het ophalen van vuil huisvuil, bedrijf en zwerfvuil. Districten zouden met de verkregen middelen de kosten bestrijden. Ligt v.a. 2013 in concept gereed zonder aandacht voor verdere stappen. Recentelijk heeft OW een wetsontwerp bij de DNA ingediend om de vervuiler te laten betalen. Wat fout is in dit ontwerp, dat het geen rekening houdt met de taken van het ministerie van R.O. en de rol, die door decentralisatie is toebedeeld aan de Districtsbesturen, dus, ook niet bepaalt dat de verkregen middelen, gestort moeten worden in de districtsfondsen. Het ziet er naar uit, dat het centralisme hoogtij viert, Het betekent, dat de vuilophaalactiviteiten landelijk vanuit het ministerie van O.W. plaatsvindt. Gekozen is voor het kostenverhogend en bureaucratisch model, en niet voor het decentraal kostenbesparend en volksvriendelijk model.

Minister van Sport & Jeugdzaken
De taken waarmee het ministerie van Sport en jeugdzaken is belast, hebben ook te maken met het woon en leefklimaat van de burgers. Daarnaast is SPORT als beleidsoptie in art. 1 van de Wet Regionale Organen genoemd en valt dus onder het regiem van medebewind. Het ministerie is dan ook wettelijk verplicht om per district in de begroting de middelen zichtbaar te maken en deze in samenwerking / medebewind met de Districtsoverheid voor de eden uitvoeren. In feite moet het ministerie bij uitvoering van bouwkundige en civieltechnische werken, alsook bij aanleg en onderhoud van sportvelden altijd eerst offerte vragen aan de Districtsbesturen. Voldoen ze aan de bestekvoorwaarden en liggen ze gunstig met hun prijzen, dan wordt het werk aan het Districtsbestuur gegund. Het Districtsbestuur is berekend voor hun taken tot op het niveau van secundaire en tertiaire voorzieningen. Uitvoeren van dit soort projecten centraal vanuit Paramaribo is altijd duurder door dure transporten, aanschaf van materiaal, dure aannemers, en is minder transparant. Districten zijn – zonder te tornen aan de kwaliteit – vele malen voordeliger. Zetten eigen technisch kader en zwaar materieel in, kopen zoveel mogelijk, materiaal in hun eigen district, spreken voor de kleine uitgaven hun eigen districtsfonds, accepteren donaties van het bedrijfsleven. Als voorbeeld moge strekken het vanuit het DLGP ondersteunde projecten: (i) het door Districtsbestuur Paramaribo Noord uitgevoerde sportpark voor de jeugd te Arabistraat Geyersvlijt, (ii) en het door Districtsbestuur Paramaribo Zuid uitgevoerd sport complex te Pontbuiten, en (iii) het door het Districtsbestuur Para in uitvoering genomen sport complex te Redi Doti. De middelen hiervoor, zijnde een bedrag van SRD 1 miljoen zijn door het ministerie met goedkeuring van het ministerie van Financiën middels een medebewindbeschikking gestort in het Districtsfonds van Para. Voorbeelden en modellen die overige ministeries en Districtsbesturen kunnen overnemen.

Minister van LVV
De taken waarmee het ministerie van Landbouw en Veeteelt is belast, hebben ook te maken met de verbetering van woon, leef, werk en productie omstandigheden. Daarnaast is LANDBOUW als beleidsoptie in art. 1 van de Wet Regionale Organen genoemd en valt dus onder het regiem van medebewind. Het ministerie is dan ook wettelijk verplicht om per district in de begroting de middelen zichtbaar te maken en deze in samenwerking / medebewind met de Districtsoverheid uitvoeren. In feite moet het ministerie bij uitvoering van ontwateringswerken, alsook bij aanleg en onderhoud van lozingen, kanalen, duikers, sluizen altijd eerst offerte vragen aan de Districtsbesturen. Voldoen ze aan de bestekvoorwaarden en liggen ze gunstig met hun prijzen, dan wordt het werk aan het Districtsbestuur gegund. Het Districtsbestuur is berekend voor hun taken tot op het niveau van secundaire en tertiaire voorzieningen. Uitvoeren van dit soort projecten centraal vanuit Paramaribo is altijd duurder door dure transporten, aanschaf van materiaal, dure aannemers, en is minder transparant. Districten zijn – zonder te tornen aan de kwaliteit – vele malen voordeliger. Zetten eigen technisch kader en zwaar materieel in, kopen zoveel mogelijk, materiaal in hun eigen district, spreken voor de kleine uitgaven hun eigen districtsfonds, accepteren donaties van het bedrijfsleven. Het ministerie heeft reeds als beleid een hechte samenwerking opgebouwd met bepaalde districten als Nickerie, Coronie en Saramacca door graafmachines ter beschikking van de Districtsbesturen te stellen. Het voordeel zit in de win-win-win situatie. Het Districtsbestuur wint door in eigen beheer de lozingen van de verzorgingsgebieden van zowel LVV als van de bestuursdienst, zelfs van Openbare Werken te onderhouden. De Districtscommissaris is in de positie om de burgers met brandstof te laten participeren. De ministeries en de commissariaten winnen door besparingen op hun begroting, maar de grootste winnende doelgroep zijn de burgers, en daar gaat het om.

Minister van Volksgezondheid en Milieu
De taken waarmee het ministerie van Volksgezondheid is belast, hebben ook te maken met het woon en leefklimaat van de burgers. Daarnaast is volksgezondheid ook als beleidsoptie in art. 1 van de Wet Regionale Organen genoemd en valt dus onder het regiem van medebewind. Het ministerie is dan ook wettelijk verplicht om per district in de begroting de middelen zichtbaar te maken en deze in samenwerking / medebewind met de Districtsoverheid voor de eden uitvoeren. In art. 47 is het houden van toezicht op volksgezond in het district als taak toevertrouwd aan het Districtsbestuur. Het ministerie zal voortaan de daarvoor de benodigde middelen in het districtsfonds moeten storen.
Op elk districtscommissariaat is een afdeling Milieu en Gezondheid ingesteld en operationeel gemaakt ten laste van het Districtsfonds. Hierop heeft het Ministerie nog niet ingespeeld. Het hoofd van deze afdeling zou best wel een aanstelling kunnen krijgen van sub-milieu inspecteur voor een nauwe samenwerking met de afdeling inspectie van het Ministerie en het Bureau voor Openbare Gezondheidszorg.

Minister van Welzijn
Het ministerie zou het welzijn van de burgers, vooral van de senioren burgers, moeder en kind zorg, beter kunnen bevorderen door het betrekken van het districtsbestuur en zodoende profiteren van het kostenbesparend model waarmee de Districtsbesturen opereren.
Voor volkshuisvesting is er heel goedkoop model mogelijk, indien het beleid wordt uitgevoerd in samenwerking en in medebewind met de districtsoverheden, die in het verleden kans hebben gezien, met name in Saramacca (1985-1987) met een sociaal huisvestingsplan, behoeftigen te helpen aan een woning. Het kostte de staat geen cent. Zo ook konden 350 jonge gezinnen geholpen worden aan tuinbouwkavel, die zelfvoorzienend werden en zelf hun woningen gingen bouwen. Het kostte de staat geen cent.

De overige Ministers
Voor de overige ministeries geldt min of meer hetzelfde. De Ministers moeten bij beleidsbepaling en –uitvoering duidelijk de twee bestuurslagen zin acht nemen.
De kunst is om effectief gebruik te kunnen maken van de bij de districtsoverheden aanwezige toolbox..

Comments are closed.