Districtscommissaris

Profiel van een districtscommissaris

Gepubliceerd in Dagblad Suriname van 10 en 11 december 2010, herhaald op 10 juni 2016

Actueel is de vraag wat het profiel is of moet zijn van de figuur van de Districtscommissaris, gelet op de door het DLGP (“Decentralization and Local Government Strengthening Program” binnen het Ministerie van Regionale Ontwikkeling) doorgevoerde wettelijke en bestuurlijke hervormingen.

Is het district een afdeling van het Ministerie van Regionale Ontwikkeling, waarvan de DC diensthoofd is en op opdrachten van de leiding van het ministerie moet wachten, of vervult hij als DC en vertegenwoordiger van de Regering een politieke functie om voornamelijk politieke belangen te behartigen? Is het normaal dat de DC’s bij regeringswisseling worden vervangen? Vragen die de gemeenschap bezig houden. Antwoorden blijven weg. Elke dag vernemen wij via de media de namen van de kandidaat DC’s. Algehele onduidelijkheid. Mr. Basharat Ahmadali (oud DC 1972-1992), de huidige Directeur van het Decentralisatie Programma (DLGP) van de Regering (1998 tot heden) is bereid gevonden op deze en andere daarmede verbandhoudende kwesties in te gaan. De bevolking moet mee kunnen beoordelen of het benoemingsbeleid van de regering voldoet aan de eisen van deze tijd.
De DC is een bestuursorgaan en bezit autonome bevoegdheden, die hij ontleent aan de veelheid van administratieve wetten, die hij met uitsluiting van anderen zelfstandig uitoefent met in achtneming van wet en recht, waarbij hij/zij zorgvuldig rekening houdt met het algemeen belang en het belang van de rechtzoekende burger. Daarbij neemt hij in acht de geschreven regels en ongeschreven beginselen van behoorlijk en transparant bestuur, verduidelijkt Ahmadali en voegt er direct aan toe de belangrijkheid van de functie, die voor gekwalificeerde bestuursfunctionarissen is weggelegd.

Begrotingstechnisch is de DC een diensthoofd van het Ministerie van R.O. belast met de zorg van het ambtelijk apparaat in het district. En als bestuursorgaan is hij qualitate qua vertegenwoordiger van de Regering, en ook van elk ministerie afzonderlijk in zijn district; voorts is hij Ambtenaar van de Burgerlijke Stand, Hulp-Officier van Justitie, Voorzitter van het Hoofdstembureau, Voorzitter van de Districtsraad, Hoofd van het Districtsbestuur en bovenal een burgervader, die waakt over de belangen van de burgers, zoals dat een goede huisvader betaamt, ongeacht zijn politieke, etnische en religieuze geaardheid, legt de heer Ahmadali uit. Dit komt het best tot zijn recht op de dagen waarop de DC audiëntie houdt voor de burgers, vooral als hij oplossingen heeft voor de noden en behoeften van het volk. Het beleid van de DC moet appelleren op de aspiraties van de burgers zonder in conflict te komen met de aspiraties die de centrale overheid naar de burgers toe koestert, en ook zonder in aanvaring te komen met je eigen politieke partij, die voor je benoeming zorgde. De DC moet zich boven alle partijen en partijbelangen kunnen verheffen om te kunnen doorgaan als een gezaghebbende DC, die – mede op basis van zijn maatschappelijk gedrag – respect afdwingt zowel van de plaatselijke bevolking als van de centrale overheid. Zo heb ik als DC mijn werk gedaan gedurende 20 jaar, zegt Ahmadali.

Het gewicht en gehalte van de functie is zwaar onderschat door de Regering, de politieke partijen die de kandidaten voordragen en door de betrokken kandidaat of de DC zelf. Bij gemis van die kwalificaties zie je in de praktijk dat de DC in de verleiding komt als politiek instrument van de Regering te dienen. Foute zaak!, stelt de ex-DC. Ook tegen je eigen partij moet je “neen” kunnen zeggen! Zo’n DC verliest draagvlak in het district. En hoe meer de DC zich alszodanig etaleert, hoe groter de kans dat hij bij een regeringswisseling wordt vervangen. Alhoewel, er is geen garantie dat een nieuwe regering je gaat handhaven, ook al ben je een goede DC. Veel hangt natuurlijk af van het opleidingsniveau van betrokkene, ervaring, inzicht, brede maatschappelijke oriëntatie en persoonlijke leiderschapskwaliteiten en specifieke eigenschappen, die uitgeknipt zijn voor het vervullen van bestuurlijke functies. Gedurende lange tijd is bij de benoeming van de DC door regeringen de eis van academische scholing gesteld dan wel de eis van deskundige op het bestuurlijk vlak. In de koloniale tijd (1863-1948) was de functie van DC voorbehouden aan Nederlanders die als bestuursman in het Nederlands Oost-Indië (Indonesië) hun verdiensten al hadden gehad (DC’s als Robles, Wempe). Deze DC’s (al dan niet academisch geschoold, maar bij uitstek bestuurskundigen) werden om de 4 jaar gemuteerd van het ene naar het andere district volgens een rooster van klein naar groot district.

De daarop volgende periode (ongeveer 1948-1975) hebben de regeringen voorkeur gegeven aan academisch geschoolde DC’s: Mr. Van Petten, Prof. Dr. Sukul, Prof Dr. Quintusz Bos, Mr. Barend (nestor te Paramaribo), en doorgewinterde bestuursambtenaren als DC’s met een bestuursopleiding en rijke ervaring met een academisch en breed maatschappelijk denkvermogen (Ilahibaks, Douglas, Parabirsing, Sanches, Zondervan). In de periode 1975-1995 bestond het korps van de DC’s voornamelijk uit juristen: Komproe, Bihariesing, Ahmadali, Ajodhia, Libretto, Koulen, Schubman, Bhoendie, en andere academici als Rick Aron en Mungroo. Daartussen waren ook enkele DC’s die als bestuursambtenaar zeer gekwalificeerd waren, onder wie Wormer, Bottse, Baal, Soe Angie, Naarendorp. De regeringen in deze periode zetten het mutatiebeleid voort.

De functie van de DC raakt verder verpolitiekt. Bij regeringswisselingen worden DC’s door politieke motieven gemuteerd, nieuwe DC’s worden zelfs boven de formatie benoemd; het fenomeen van terbeschikking stellen van DC’s op het Ministerie wordt royaal toegepast, hetgeen in de praktijk neerkomt dat je thuis mag blijven. Mr. Ahmadali (nestor) vertelt, dat hij zelf 2 keer door een dergelijk politiek besluit is getroffen (zijn mutatie van district Suriname naar district Saramacca in 1979 en de ter beschikking stelling op het ministerie van R.O. als DC in 1989). Hij verliet op eigen verzoek de dienst in 1992. Het gevolg van deze trend is dat de opeenvolgende regeringen daarna de vereiste kwaliteitseisen hebben losgelaten en volstaan met het putten van (politieke) kandidaten uit ambtelijke en onderwijskringen om ze na een korte stageperiode aan te stellen tot DC.

Mogelijk pas over twee jaar kan de Regering putten uit het korps bestuursambtenaren, die rijke ervaring hebben en zullen afstuderen van de in 2009 door de Minister van R.O. ingestelde driejarige middelbare en hogere opleiding voor de bestuursdienst. Ideaal zou zijn om kandidaat DC’s uit dit bestuurlijk kader te putten, maar dat kan pas over twee jaar. In ieder geval moet de eis van academische scholing of daarmee gelijkstaande opleiding dan wel tenminste de eis van het denkvermogen van een academische geschoolde niet worden losgelaten.
Een gedecentraliseerd district (proces vanaf 1998 tot heden) stelt zware eisen aan de functie van DC. Het is aan te bevelen dat zowel de Regering, de politieke partijen als de betrokken kandidaat daarvan bewust is, benadrukt de heer Ahmadali, de huidige Directeur van het Decentralisatieprogramma, die zijn relaas verder vervolgt en de eisen van de hedendaagse DC op een rijtje zet.

In tegenstelling tot vroeger waar de centrale overheid de DC meer een coördinerende rol liet spelen via toekenning van gedeconcentreerde en gemandateerde taken, heeft de DC daarnaast ook vergaande autonome taken en bevoegdheden gehad door het operationaliseren van de Wet Regionale Organen.

Als voorzitter van de DR moet hij districtsverordeningen kunnen laten maken in het belang van de districtshuishouding (verordenende bevoegdheid), hij moet inkomsten uit belasting- en niet-belastingmiddelen kunnen genereren voor het districtsfonds (fiscale bevoegdheid), hij moet eigen districtsbegroting kunnen opstellen, goedkeuren en toezien op de bestedingen bij de uitvoering (budgettaire bevoegdheid); als voorzitter van het Districtsbestuur is hij verantwoordelijk voor het zelfstandig financieel beheer (districtsfonds), daarnaast voor de handhaving van de openbare orde, bestuurshandhaving, onderhoud van wegen, dammen, dijken, lozingen, kanalen, ontwateren van woongebieden en de daarin gelegen kunstwerken, onderhoud van pleinen, plantsoenen en openbare plaatsen en zorgen voor de veiligheid ervan, voorkomen van calamiteiten, toezicht op milieuzaken en openbare volksgezondheid. Als Voorzitter van het Districts Management Team moet hij het beleid, projecten, programma’s voor het Districtsbestuur voorbereiden en na goedkeuring uitvoeren; hij moet de ressortplannen, ressortbegroting, districtsplannen en districtsbegroting middels openbare hoorzittingen met inzet van de RR’s en Ressortbesturen voorbereiden en ter goedkeuring voorleggen aan het Districtsbestuur en de DR. De DC moet beschikken over computer skills en moet vlot weten om te gaan met kantoor- en financiële software; hij moet geïntegreerd kunnen werken middels moderne communicatie (email, videoconference, virtual office, etc.); hij moet de bestuurs- en de administratievoering kunnen plegen met toepassing van e-government; hij moet de beste dienstverlening aan de burger kunnen geven via het Bevolkings Informatie Center, dat verantwoordelijk is om alle One Stop Windows te voeden met digitale informatie en documentatie.

De DC moet via management/monitoring tools zoals MsProject alle activiteiten in het district kunnen monitoren. Hij moet kennis hebben van de regels van openbare aanbesteding, zowel van de overheid als van internationale organisaties voor het aanbesteden van civieltechnische en andere werken, met name op het gebied van bestrating van zandwegen en ontwatering, vuilophaal en vuilverwerking in de woongebieden. Hij moet kunnen zorgen voor de goede functionering van de DR, RR’s, het commissariaat en voor een verantwoord beleid voor de sociaal-economische ontwikkeling van de woongemeenschappen.

Om de functie van Districts-Commissaris te kunnen uitoefenen, moet naast alles voldaan worden aan de eisen van moderne organisatie-ontwikkeling en “human resource management”, waaronder, naast eisen van productiviteit, doelmatigheid en rendement, ook eisen van kwaliteit, snelheid en flexibiliteit gelden. Voorts ook de eisen betreffende het management van geplande en niet-geplande veranderingen, gericht op het tijdig signaleren en beheersen van factoren die van invloed zijn op het succes of het falen van het beleid, een programma of een project en het zoeken naar oplossingen. Een ieder die decentralisatie en de welvaartscheppende ontwikkeling van de districten serieus neemt en een kans van slagen wil geven, zal met het bovenstaande rekening houden, aldus oud DC Ahmadali met een rijke ervaring op het bestuurlijk vlak.